1965-1974

Het Melkhuisje, de jaren 1965-1974

1965
Meerdere spelers verkiezen Montana boven Hilversum omdat daar ‘astronomische’ onkostenvergoedingen worden betaald. De finale tussen Tom Okker en de als tweede geplaatste Tony Roche wordt afgebroken door een wolkbreuk. De afgebroken partij weet Tom Okker in twee sets te winnen. Hij bereikt daarmee de halve eindstrijd en daarna zelfs de finale, waarin hij aantreedt tegen John Newcombe in wie hij, ondanks goed spel, in vier sets zijn meerdere moet erkennen (6-2, 3-6, 6-1, 6-3).

1966
Al ver van tevoren meldt de Gooi-en Eemlander, dat het Melkhuisje-toernooi een “keiharde” tennisstrijd belooft te worden. De H.L.T.C. kan trots zijn op het spelersveld met o.a. Hewitt, Barnes, Bravo, Tiriac en Tom Okker. Bij de dames zijn Van Zijl en Sheriff de bekende “trekkers”.
De voornaamste reden dat Emerson, Stolle, Roche, Buding, Margaret Smith en Maria Esther Bueno ontbreken is het feit dat er deze week ook toernooien in Montana (Zwitserland) en het Franse Douville worden gehouden. Montana betaalt “de gekste” onkostenvergoedingen. Bovendien hebben de Duitse en Engelse tennisbond hun spelers verboden toernooien te spelen, i.v.m. het spelen van districtswedstrijden en is het Australische team op tournee in Amerika.
De Nederlandse heren stellen teleur; alleen Tom Okker bereikt de laatste zestien. Tom blijft aan de winnende hand en verslaat in de finale Bob Hewitt (6-3, 6-3, 2-6 en 6-3).
De damesdubbelfinale wordt een overwinning voor, wederom, Annette van Zijl met haar partner Elly Krocké, die Betty Stöve en G. Sheriff met 6-3, 2-6 en 6-1 terugwijzen.

1967
Na vele jaren een topbezetting en “uitverkochte huizen” moet de toernooi-organisatie het volgende aan de vaderlandse pers berichten: “Wij hebben, helaas noodgedwongen, het besluit moeten nemen om dit jaar de traditionele wedstrijden op ‘t Melkhuisje niet te organiseren.”
Het ontbreken van financiële middelen (betaling van de spelers is inmiddels een feit, hetgeen tot gevolg heeft dat het niveau van de deelnemers aan het Internationale Toernooi van mindere kwaliteit is) is de oorzaak van deze beslissing. De “betere” spelers stellen “betere” financiële eisen!
Wél worden er al weer besprekingen gevoerd met de gemeente Hilversum, N.T.S. en de K.N.L.T.B. om in 1968 weer terug te zijn op internationale toernooi-kalender.
De Britse tennisbond besluit om het Wimbledon-toernooi in 1968 open te stellen voor beroepsspelers.

1968
Het toernooi van ’68 stond in het teken van regen. Na twee dagen toernooi waren er slechts 2 partijen gespeeld. Regen zou in de geschiedenis nog veelvuldig voorkomen.

Uitnodiging Prinses Beatrix en Prins Claus der Nederlanden:

Indien het Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Beatrix en Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Claus der Nederlanden zou behagen de finales bij te wonen, dan zou zulks voor ons Bestuur en de Leden alsook voor de buitenlandse en Nederlandsespelers (sters) o.a. Tom Okker, en overige belangstellenden, een bijzondere eer zijn.

Met alle respect en hoogachting, het Bestuur

‘Onkostenvergoeding’ herenenkelspel:
nr. 1 R. Maud fl. 350,-
nr. 2 T. Gulyas fl. 200,-
nr. 3 T. Okker fl. 100,-
nr. 4 J. Kools fl. 100,-
nr. 5 P.C. Dent fl. 50,-
nr. 6 I. Buding fl. 50,-
nr. 7 I. Tiriac fl. 50,-
nr. 8 J.E. Manarino fl. 50,-

1969
De pers meldt ontzet dat er ‘twee professionals’ deelnemen, hiermee doelend op Tom Okker en Roger Taylor.

1970
Dit toernooi gaat de geschiedenis in als “het toernooi, waarbij Prinses Beatrix en Prins Claus de finale bijwonen”.
Weliswaar zijn er op de finaledag wat “problemen met de waterafvoer”, maar die kunnen de organisatoren niet meer uit hun goede humeur brengen.
In de finale, die bijgewoond wordt door Prinses Beatrix en Prins Claus, ontmoet Tom Okker, evenals in 1969, Roger Taylor. Het wordt een oninteressante wedstrijd, zeker na een dubieuze beslissing van een lijnrechter, die bij Roger Taylor “iets deed knappen”. In tegenstelling tot vorig jaar wint Tom daardoor vrij gemakkelijk met 6-0, 6-1 en 6-3.

1971
Een van de oudste deelnemers aan het toernooi is Frank Sedgman. Hij stond tweemaal in de finale van Wimbledon, in 1950 verloor hij van de Amerikaan Budge Patty, maar in 1952 won hij van Jaroslav Drobny. Hij won driemaal de herendubbeltitel van Wimbledon (1948 met Bromwich en 1951 en 1952 met McGregor). Hij is tijdens het Melkhuisje tevens coach en begeleider van een groep Australische spelers. Hij heeft Ian Fletcher, Colin Dibley, Ross Case, Geoffry Masters, Barry Phillips Moore en Kim Warwick “onder zijn hoede”. Hij is zeer te spreken over zijn verblijf in Hilversum: “Een mooie stad, erg gezellig toernooi en een uitmuntende verzorging van de spelers”. Zijn mening over het niveau van het Nederlandse tennis: “Niet al te hoog, voor verbetering vatbaar. Tom Okker heeft bewezen dat het Nederlandse tennis wel toekomst heeft.
De overige Nederlanders, waaronder de H.L.T.C.-spelers Rolf Thung, Klaas Visscher en Peter Scholtz sneuvelen allen in de eerste ronde. Stanley Franker gaat in de eerste ronde eervol ten onder tegen Ulrich (6-3, 4-6, 6-3). In de derde ronde worden maar liefst 4 geplaatste spelers, waaronder denummer 1 François Jauffret, van het gravel “gemept”. Slechts Colin Dibley en Gerald Battrick komen in de kwartfinale en moeten uitgerekend tegen elkaar spelen! Battrick slaagt erin de finale te halen door een winst in drie sets op Ian Fletcher. In de finale is hij de baas over Ross Case (6-3, 6-4, 9-7).

1972
Een telegram van de Spaanse tennisbond zorgt op de eerste dag van het Melkhuisje-toernooi voor een enorme opschudding en veel leed bij de organisatoren. De telegram betreft de publiekstrekkers bij uitstek, de Spanjaarden Manuel Orantes en Andres Gimeno. De reden is dat ‘t Melkhuisje tegen de regels van het Grand Prix-circuit heeft gezondigd (betalen van startgelden). Jan Mulder zendt een telegram “op poten” en eist dat de heren hun afspraken nakomen. Daarop volgt nóg een telegram waarin staat dat beide Spanjaarden niet komen omdat er in Hilversum geen Grand Prix punten te verdienen zijn. Het antwoord hierop is dat Gimeno en Orantes “hun programma niet meer kunnen wijzigen”. Hoewel de K.N.L.T.B. nog een officieel protest bij de I.L.T.F. indient, omdat de gang van zaken in strijd is met de internationale afspraken, staat de organisatie machteloos. De Belg Patrick Hombergen en de Hongaar Bart krijgen daardoor alsnog een plaats in het schema. Hombergen slaagt er zelfs in de kwartfinale te bereiken, maar verliest daarin van John Cooper. Bart sneuvelt, na een bye (in plaats van Gimeno), in de tweede ronde. Als klap op de vuurpijl blijven ook de Italianen Bertolucci en Franchitti (autopech), de Polen Gasiorek en Nowicki en de Boliviaan Gorostiaga weg! Het schema wordt daardoor aardig “onderuitgehaald”.
Jan Hordijk, Fred Hemmes en Paul van Min komen in de derde ronde maar daar blijft het bij. Bij de laatste acht is geen enkele Nederlander. De kwartfinalisten zijn, op Colin Dibley na, allen ongeplaatste spelers. Wij zien de verrassende finale John Cooper tegen Hans Kary. Deze finale is weliswaar spannend, maar kan internationaal als “vrij onbeduidend” bestempeld worden. Vier uur en 20 minuten (inclusief de pauze én ruim een uur regen én een minuten durende lachbui van Hans Kary!) maken de twee rivalen elkaar het leven zuur; uiteindelijk wint John Cooper met 6-1, 3-6, 12-10, 3-6 en 6-2.

1973
Met ingang van dit toernooi worden, in vergelijking met de voorgaande jaren, per onderdeel nog maar de helft van het aantal spelers en speelsters toegelaten, d.w.z. in het herenenkelspel 32 spelers, in Bovendien wordt met ingang van dit jaar de tiebreak ingevoerd. De spelers behoeven aan het einde van een set niet langer “eindeloos door te gaan” tot er een verschil van twee games is bereikt. Bij de stand 6-6 wordt een game gespeeld met de telling 1, 2, 3 enz. tot één van de spelers 7 punten heeft (of, indien bij 7 er geen verschil van 2 punten is, net zo lang tot die twee punten verschil er wél zijn. Dàn is de game bereikt en wordt de uitslag van de set 7-6.

De vierde ronde van de Davis Cup, gelijktijdig met het Internationale Toernooi ‘t Melkhuisje, bemoeilijkt het aantrekken van een representatief spelersveld. Door de gelukkige omstandigheid dat de Spaanse tennisbond Gimeno uit de Davis Cup-ploeg heeft gestoten kan deze spectaculaire speler wél naar Hilversum komen.

De Nederlandse deelneming bestaat bij de heren uit Tom Okker, Marian Laudin, Rolf Thung, Fred Hemmes, Jan Hordijk en Nick Fleury. De Nederlandse dames zijn Betty Stöve, Tine Zwaan, Nora Lautenslager, Trudy Walhof, Elly Appel en Judith Salomé.

Voor de finalepartij, die om twaalf uur zou beginnen, kunnen de spelers pas om half twee de baan op. Geplaagd door de regen wachten de duizenden toeschouwers geduldig tot Tom Okker en Andres Gimeno arriveren. Zelden zal een partij zoveel verschillende gezichten hebben getoond als dit duel. Er wordt dan wel geen tennis van superieure kwaliteit geleverd, maar spanning is er in overvloed. Vier uur lang blijft het publiek, fikse regenbuien trotserend, aan zijn stoel gekluisterd. Attractief spel op een soms loodzware baan. Het is de boeiendste finale sinds vele jaren. Tweemaal moet er wegens de regen gepauzeerd worden. Tom verliest de eerste set van de “snelste kreupele man” (Gimeno heeft last van vocht in zijn knie) met 6-2, wint vervolgens de tweede en derde set met 6-4. De vierde set is de spannendste van het hele toernooi. De beslissing moet vallen via een tiebreak, die Okker verliest. Daarna moet de laatste set enige malen (eerst omdat er een jongen “uit” het scorebord valt, daarna nog tweemaal i.v.m. regen) onderbroken worden, hetgeen het spel niet ten goede komt. Okker wint deze set met 6-3.

1974
Dit jaar tekent zich al af dat in de toekomst op ‘t Melkhuisje geen damestennis meer te zien zal zijn. Voor het eerst wordt er dit jaar geen damessingle meer gespeeld, maar heeft de toernooi-leiding een landenwedstrijd tussen Nederland, Zweden en Zwitserland georganiseerd. Het programmablad meldt: “Van de loop van het tennistoernooi zal afhangen of er ook gemengde dubbelspelen tegen geldprijzen zullen worden gespeeld. In het bevestigende geval zal het publiek hiervan tijdig op de hoogte worden gesteld.”
In de eerste ronde van het hoofdtoernooi zorgt Loek Sanders voor een sensatie door in drie sets de als tweede geplaatste Robert Maud uit te schakelen en maakt Guillermo Vilas een enorme indruk door Gorostiaga, die Tom Okker enige jaren ervoor op de rand van de afgrond bracht, met 6-1, 6-2 van de baan te vegen. Fred Hemmes faalt in de eerste ronde door verlies tegen de Duitser Korpas. Jan Hordijk dringt door tot de tweede ronde, maar verliest van de latere toernooi-winnaar, Vilas (6-2, 6-1). Loek Sanders weet zelfs de laatste acht te bereiken. In de strijd om een plaats in de halve finale moet hij de eer aan de Australiër Paul Kronk laten (6-4, 6-3). Deze verliest op zijn beurt van Barry Philips Moore, die daardoor in de finale komt. Zijn opponent is Vilas, die de eindstrijd bereikt door winst in de halve finale op zijn landgenoot Ganzabal (6-3, 6-4).
Gedurende het gehele toernooi steekt Guillermo Vilas met kop en schouders boven de andere spelers uit. Ook in de finale, hoewel hij niet tot zijn normale spel komt, is hij veruit de sterkste. Alleen in de derde set, toen Vilas zich enigszins aan het spel van zijn tegenstander aanpaste, kon Barry Philips Moore iets terugdoen. De zege met 6-4, 6-2, 1-6, 6-3 is dan ook dik verdiend.